De
reis
Columbus kwam op het idee van een snellere route omdat hij
dacht dat de Atlantische Oceaan niet zo breed was. De kaart
van Ptolemaeus is hier deels debet aan. Azië stond
namelijk veel groter op de kaart afgebeeld dan het in werkelijkheid
was.
Dus toen Columbus op 3 augustus 2492 vertrok met drie
schepen en 90 bemanningsleden, wist hij niet dat de reis
anders zou aflopen dat hij had gepland. Na 36 dagen varen
kwamen uiteindelijk de Caribische eilanden in zich. Colombus
dacht dat dit de eilanden voor de Chinese kust waren die
Marco Polo had beschreven. Maar uiteindelijk was hij teleurgesteld
omdat hij niet de kruiden en specerijen vond die daar moesten
zijn. Het enige wat hij aantrof waren vriendelijke indianen
en een aangenaam klimaat. Deze indianen vertelden hem over
een rijk met veel goud in het zuiden, waarop zijn schepen
alle eilanden afzochten. Het goud dat zij vonden was erg
weinig en specerijen werden helemaal niet gevonden; de reis
was mislukt. Voor de terugweg nam Columbus wat tabak mee,
wat de indianen op het eiland rookten.